De farangrekening: Thailand laat buitenlandse inwoners tot tien keer meer betalen
In dit artikel:
Thailand hanteert bij veel nationale parken, musea en toeristische attracties een zogenoemd dubbel prijssysteem. Thaise bezoekers betalen op sommige plaatsen aanzienlijk minder dan buitenlanders voor dezelfde toegang. Bij Khao Yai National Park kost een kaartje voor een Thaise volwassene 40 baht, tegenover 400 baht voor een buitenlander. Bij Doi Inthanon en Erawan is het verschil 60 tegenover 300 baht; op de Similan- en Surin-eilanden 100 tegenover 500 baht. Ook het Bangkok National Museum en het Grand Palace rekenen buitenlandse bezoekers veel meer.
De tarieven zijn gebaseerd op nationaliteit, niet op woonplaats of economische verbondenheid met Thailand. Een buitenlandse inwoner die er al jaren woont, werkt en belasting betaalt, valt daardoor in dezelfde categorie als een toerist die net is aangekomen. Een Thaise bezoeker met een hoog inkomen krijgt wel automatisch het lagere tarief. Volgens de auteur maakt dat het argument dat vooral rijke toeristen extra zouden moeten betalen weinig overtuigend: inkomen, verblijfsduur en belastingbetaling spelen geen rol.
De meerprijs kan bij regelmatig bezoek oplopen. In een voorbeeld met bezoeken aan meerdere parken, musea en het Grand Palace betaalt een buitenlandse volwassene in één jaar 2.310 baht extra ten opzichte van een Thai, omgerekend ongeveer 61 euro volgens de genoemde ECB-koers. Het gaat volgens de auteur daarom niet alleen om het absolute bedrag, maar vooral om het principe dat dezelfde toegang vijf, acht of tien keer duurder kan zijn vanwege een buitenlands paspoort.
Naast de officiële tarieven melden buitenlanders ook uiteenlopende informele prijsverschillen, zoals duurdere menu’s, hogere marktprijzen, taxichauffeurs die de meter weigeren en aangepaste prijzen voor diensten. De omvang daarvan is echter niet betrouwbaar vastgesteld. Verschillen kunnen ook andere oorzaken hebben, zoals een vasteklantenkorting, onderhandeling of extra kosten voor een bepaald betaalmiddel. Daarom wordt geadviseerd vermoedelijke prijsverschillen dertig dagen systematisch te registreren, met bonnetjes, foto’s en een directe vergelijking met de Thaise prijs. Alleen aantoonbare verschillen zouden moeten worden meegerekend.
De voorgestelde eerlijkere alternatieven zijn een inwoners- en bezoekerstarief of één standaardprijs met gerichte kortingen voor mensen met een laag inkomen. Het huidige systeem is eenvoudig uit te voeren, maar behandelt buitenlandse inwoners volgens de auteur blijvend als buitenstaanders, ongeacht hun band met Thailand.
Vandaag Inside: Wilfred Genee en Albert Verlinde spreken Merel Ek aan In de Wandelgangen: 'Was niet handig van je!'