Karl Marx en de Boeddha: hoe radicale Thaise denkers beide visies trachten te verzoenen

woensdag, 7 oktober 2026 (16:36) - Thailand Blog

In dit artikel:

Radicale Thaise denkers uit de periode vóór en na de Tweede Wereldoorlog probeerden marxistische ideeën te verbinden met het boeddhisme. Zij zagen geen onverenigbaarheid tussen beide stromingen: het marxisme bood een analyse van klassen, bezit en economische machtsverhoudingen, terwijl het boeddhisme volgens hen aanknopingspunten bood voor zelfstandig denken, gelijkwaardigheid en verzet tegen uitbuiting.

De Boeddha werd daarbij zelf als een radicale denker beschouwd. Hij keerde zich tegen hindoeïstische rituelen, offerandes, goden en het kastenstelsel, liet vrouwen toe tot de monnikengemeenschap en moedigde mensen aan niet blindelings autoriteiten te volgen. Thaise marxisten benadrukten bovendien dat de Boeddha zich ook met maatschappelijke problemen bezighield. Hij sprak heersers aan op wreedheid en agressie en stelde dat zorg voor anderen even belangrijk was als zorg voor zichzelf. Een onrechtvaardige samenleving maakte volgens deze interpretatie persoonlijke bevrijding moeilijk.

Tot de bekendste Thaise radicalen behoorden Pridi Phanomyong, Kulap Saipradit en Jit Phumisak. Pridi leidde als burgerlijke revolutionair de omwenteling van 1932, die een einde maakte aan de absolute monarchie en Thailand tot constitutionele monarchie maakte. Na zijn verdrijving in 1947 wegens vermeend communisme en betrokkenheid bij de dood van koning Ananda bleef hij vanuit China en Frankrijk schrijven. Schrijver en journalist Kulap zat van 1952 tot 1957 gevangen wegens ‘verraad’ en vluchtte daarna naar China. Taal- en historicus Jit Phumisak werd tussen 1958 en 1965 zonder proces gevangengehouden wegens vermeende communistische ideeën en in 1966 vermoord.

Deze denkers bleven meestal boeddhist, mede omdat een oproep aan de Thaise bevolking om het boeddhisme volledig te verlaten weinig kans van slagen zou hebben gehad. Zij maakten onderscheid tussen een oorspronkelijk, kritisch boeddhisme en de officiële religie, die volgens hen door de heersende klasse was gebruikt om gehoorzaamheid en sociale hiërarchie te rechtvaardigen. Het traditionele accent op persoonlijke verlichting, afzondering en verdienstevorming vonden zij te weinig gericht op maatschappelijke verandering.

Ook het marxisme werd door hen aangepast. Kapitalistische eigenaars werden vaak vereenzelvigd met hebzucht en gehechtheid, in het Thais ‘lopa’, een begrip dat in het boeddhisme als bron van lijden geldt. Marx’ kritiek op religie als ‘opium van het volk’ achtten zij vooral van toepassing op godsdiensten die op blind geloof en gehoorzaamheid berusten, niet op het kritische boeddhisme dat zij voor ogen hadden.

Pridi werkte deze combinatie uit in zijn tijdens zijn ballingschap geschreven boek *Vergankelijkheid van de Maatschappij*. Het boeddhistische idee dat alles verandert gebruikte hij om de Thaise hiërarchische samenleving en de blijvende machtspositie van de monarchie ter discussie te stellen. Samenlevingen waren volgens hem voortdurend in beweging; economische tegenstellingen en de strijd tussen oude en nieuwe krachten dreven verandering. Ook verwierp hij de gedachte dat hoge sociale status automatisch het gevolg was van goed karma. Het boeddhisme kon volgens hem juist bijdragen aan een rechtvaardiger samenleving.

De communistische beweging in Thailand bleef relatief klein: hooguit ruim 6.000 aanhangers, onder wie ongeveer 3.000 gewapende strijders. De angst ervoor was echter groot door de ontwikkelingen in Vietnam, Cambodja en Laos en werd door de staat en haar bondgenoten versterkt om linkse tegenstanders te marginaliseren en Amerikaanse steun te verkrijgen. Tegen het einde van de jaren zeventig viel de beweging door interne tegenstellingen uiteen. Een amnestie in 1979 bracht veel strijders uit de jungle terug; de meesten hervatten hun oude leven of werden wetenschapper, zakenman of politicus en lieten hun ideologie los.

Volgens politicoloog Kasian Tejapira is het vanzelfsprekend dat het marxisme in Thailand werd aangepast aan de plaatselijke cultuur. Toch bleef het verleden doorwerken. Zolang dictatuur en kapitalistische uitbuiting blijven bestaan, kunnen volgens deze visie nieuwe radicale bewegingen ontstaan die opkomen voor menselijke waardigheid en sociale rechtvaardigheid.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Shelly Sterk komt terug op F1-uitspraak van Johan Derksen: 'Ik kreeg allemaal mensen in mijn mail!'