Matige pensioenrendementen raken ook Nederlanders die in Thailand wonen
In dit artikel:
Nederlandse pensioenfondsen liggen onder vuur omdat hun langetermijnrendement achterblijft bij dat van sommige grote buitenlandse beleggers. Vooral de vergelijking met het Noorse staatsfonds roept vragen op. Dat behaalde over de vijftien jaar tot medio 2026 gemiddeld 8,53 procent rendement per jaar, terwijl ABP over twintig jaar gemiddeld 5,3 procent en over dertig jaar ongeveer 6 procent rapporteerde.
Op grote vermogens kunnen enkele procentpunten verschil uitgroeien tot honderden miljarden euro’s dankzij het effect van samengestelde rendementen. Zo wordt in de discussie een bedrag van circa 400 miljard euro genoemd dat ABP in vijftien jaar had kunnen opbouwen als het hetzelfde rendement als het Noorse fonds had behaald. Dat bedrag is echter een theoretische berekening en geen verdwenen geld. Nederlandse pensioenfondsen hebben andere verplichtingen, risico’s, regels en beleggingsdoelen dan het Noorse staatsfonds, dat een andere portefeuille en opdracht heeft.
Een belangrijke oorzaak van tegenvallende resultaten kan de renteafdekking zijn. Nederlandse fondsen beschermden zich tegen rentedalingen, maar leden juist schade toen de rente sterk opliep. ABP kwam daardoor in 2025 uit op een rendement van min 1,6 procent; ook de dalende Amerikaanse dollar had invloed. Toch verbeterde de financiële positie van het fonds: de dekkingsgraad steeg eind 2025 naar 123,5 procent en de pensioenen konden per 1 januari 2026 met 2,84 procent worden verhoogd. Een slecht beleggingsjaar leidt dus niet automatisch direct tot een lagere uitkering.
Ook duurzaam beleggen staat ter discussie. Fondsen verkochten de afgelopen jaren aandelen vanwege klimaat-, mensenrechten- of bestuurscriteria. Critici wijzen erop dat sommige afgestoten bedrijven, waaronder fossiele ondernemingen, daarna sterk in waarde stegen. Pensioenfondsen benadrukken daartegenover dat zij voor de lange termijn beleggen en naast rendement ook risico, kosten en duurzaamheid moeten meewegen. Alleen kijken naar verkochte aandelen die later stegen, laat volgens die redenering niet zien welke risico’s zijn vermeden of welke beleggingen ervoor in de plaats kwamen.
Voor Nederlandse gepensioneerden in Thailand wordt de kwestie uiteindelijk zichtbaar in de koopkracht. Hun pensioen wordt in euro’s betaald, terwijl veel uitgaven in Thaise baht plaatsvinden. Meer rendement kan fondsen extra ruimte geven om pensioenen te verhogen en inflatie te compenseren. ABP meldt dat deelnemers die al ongeveer vijftien jaar pensioen ontvangen een maximale indexatieachterstand van 21,98 procent kunnen hebben.
De vergelijking met Noorwegen is daarom vooral een aanleiding om de beleggingskeuzes van Nederlandse fondsen kritisch te onderzoeken. Een eerlijke beoordeling moet niet alleen naar rendement kijken, maar ook naar risico’s, verplichtingen, kosten en beleid. Het spectaculaire bedrag van 400 miljard euro laat vooral zien hoe sterk kleine jaarlijkse rendementsverschillen op lange termijn doorwerken in de pensioenruimte en uiteindelijk in de portemonnee van gepensioneerden.
Vandaag Inside: Johan Derksen sceptisch over tv-ambities Raymond Mens en Thomas van Groningen: ‘Slaan op hol!’