Vakbonden in Thailand en de verdwijning van Thanong Pho-arn

woensdag, 30 september 2026 (14:36) - Thailand Blog

In dit artikel:

De verdwijning van de Thaise vakbondsleider Thanong Pho-arn op 19 juni 1991 geldt als symbool voor de langdurige onderdrukking van vakbonden door de staat. Thanong leidde de vakbonden van staatsbedrijven, was voorzitter van de Federatie van Thaise Vakbonden en vicepresident van de Internationale Federatie van Vrije Vakbonden.

In februari 1991 pleegden legerleiders Suthorn Kongsompong en Suchinda Kraprayoon een staatsgreep tegen de regering van Chatichai Choonhavan. Hun junta, de NPKC, verbood vakbondsactiviteiten kort na haar aantreden. Thanong verzette zich openlijk tegen dat verbod, de militaire machtsovername en de noodtoestand. Begin juni organiseerde hij een demonstratie in Bangkok. Daarna werd hij gevolgd en ontving hij telefonische doodsbedreigingen.

Thanong wilde ondanks een verbod van het ministerie van Binnenlandse Zaken naar de jaarlijkse conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) in Genève. Hij zei tegen zijn vrouw dat hij binnen drie dagen gearresteerd en na zeven dagen mogelijk gedood zou zijn. Op 19 juni werd zijn auto, met sporen van een gevecht, leeg aangetroffen bij zijn kantoor. Ook zijn insuline lag er nog, terwijl hij diabetes had.

De autoriteiten beweerden aanvankelijk dat Thanong zijn gezin mogelijk had verlaten. Politieonderzoek leverde niets op. Na de massale protesten van 1992, waarbij generaal Suchinda ten val kwam en tientallen mensen omkwamen, onderzocht een regeringscommissie de verdwijning. Die vond na twee maanden geen aanwijzingen, maar weigerde het volledige rapport te publiceren. Ook parlementaire commissies in 1993 en 1994 brachten geen duidelijkheid. Internationale vakbondsorganisaties steunden Thanongs weduwe en hun twee jonge kinderen financieel.

De geschiedenis van de Thaise vakbeweging wordt gekenmerkt door afwisselend groei en repressie. De eerste vakbonden ontstonden onder meer bij spoorwegen en trams; na de Tweede Wereldoorlog nam hun invloed toe. Een grote bijeenkomst in 1947 trok ongeveer 70.000 arbeiders. Generaal Sarit Thanarat verbood vakbonden echter na zijn machtsgreep in 1958. Tijdens de relatief vrije periode van 1973 tot 1976 steeg het aantal stakingen sterk en kwam wetgeving over vakbonden tot stand, maar na de slachting op de Thammasat Universiteit werd de ruimte opnieuw beperkt.

De wetgeving maakt vakbonden kwetsbaar: zij mogen doorgaans slechts binnen één bedrijf of bedrijfstak onderhandelen, moeten zich registreren en hebben meer dan 20 procent leden nodig. Overkoepelende bonden mogen niet namens alle werknemers onderhandelen en arbeidsmigranten uit buurlanden mogen geen lid worden. Daardoor zijn er meer dan duizend versnipperde vakbonden, terwijl slechts 3,7 procent van de werknemers lid is. De meeste bevinden zich rond Bangkok; in de helft van de provincies bestaan nauwelijks vakbonden.

Werkgevers ontslaan of intimideren actieve vakbondsleden geregeld en kunnen stakingen omzeilen door bedrijven te sluiten en elders met minder gereguleerd werk opnieuw te beginnen. Ook de informele sector, waarin naar schatting 50 tot 60 procent van de werkenden actief is, is nauwelijks georganiseerd. Zo versterken staatsbeleid, zwakke vakbonden en werkgeversdruk elkaar en blijven de arbeidsvoorwaarden voor veel Thaise werknemers slecht beschermd. De vakbonden van staatsbedrijven vormen een gedeeltelijke uitzondering, maar zijn vaak regeringsgezind en genieten gunstigere arbeidsvoorwaarden.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Giedo van der Garde voorspelt hoeveel races Max Verstappen dit seizoen nog gaat winnen